Zoeken in deze blog

dinsdag 17 oktober 2017

You must make her come

Het Nachleben van The Aspern Papers blijft me bezighouden. Hier een scène uit ‘Miss Tita’, een verfilming van de novelle uit 1974 (of 1975, volgens IMDB, maar dat lijkt in dit geval niet te kloppen).

De meer dan honderd jaar oude Juliana Bordereau wordt hier gespeeld door Beatrix Lehmann, destijds 72. De Juliana van deze tv-versie is niet zo’n griezelig dame als in de film The Lost Moment, maar Lehmann is goed gecast en overtuigend – ook in deze scène:



Deze verfilming maakte deel uit van de Britse ITV-serie Affairs of the Heart van Terence Feely: twee seizoenen met dertien afzonderlijke tv-drama’s van 50 minuten, allemaal gebaseerd op verhalen en romans van Henry James. In België, waar deze aflevering in 1976 op de buis kwam, werd de serie door de VRT uitgezonden onder de titel Hartenvrouw. In Nederland lijkt de serie niet op tv te zijn geweest.

Door de goedkoop aandoende studio-look van tv-producties uit die tijd, en het naar onze maatstaven wat trage tempo (dat ik soms weldadig vind), kan zo’n serie nu gedateerd aandoen. Maar het acteerwerk is steeds prima in orde. Ik vind het een redelijk geslaagde dramatisering, die erg dicht bij het verhaal blijft.

Alleen aan het eind vliegen de bewerkers even uit de bocht. Het slot van het verhaal, een (anti)climax die in de novelle in twee fasen wordt afgewikkeld, is hier in elkaar geschoven om de hele handeling binnen enkele minuten te doen plaatsvinden. De zelfbedachte dialoog tussen mevrouw Prest en Tita Bordereau die de scenaristen hebben ingevoegd om deze twee fasen met elkaar te verbinden, is tenenkrommend plat en expliciet.

Lehmanns eigen achtergrond had overigens wel iets Jamesiaans:
Her father was humorist Rudolph Chambers Lehmann, her great-uncle was the painter Henri Lehmann, her brother was essayist and poet John Lehmann, and her sister was novelist Rosamond Lehmann.
Een familie die duidelijk tot de aristocracy of art behoorde. Had ze in James’ tijd geleefd, dan kan ik me zo voorstellen dat ze hem zou hebben gekend.


Caramba!

The Lost Moment en deze tv-bewerking zijn lang niet de enige filmversies van The Aspern Papers. Michael Redgrave’s toneelbewerking is eveneens op tv gekomen, óók in zijn Nederlandse incarnatie, en er zijn nog diverse andere films – zoals de Spaanse verfilming Els Papers d’Aspern, integraal te zien op YouTube in een weinig uitnodigende beeldkwaliteit:


En er is een Amerikaanse bewerking uit 2010 waarin de handeling naar Venezuela is verplaatst. Dat begint net als Venetië met een V, maar de trailer van deze small budget-film maakt mij toch niet erg nieuwsgierig:


Interessanter dan deze verfilmingen zijn enkele recensies, van The Aspern Papers en ander werk, die ik in oude kranten heb opgedoken. Daarover later meer.

zaterdag 14 oktober 2017

Lof der lulligheid

Han Bennink was vanavond te gast in Opium op Radio 4 (hier terug te beluisteren). Leuke muziek.


Vijfenzeventig jaar is hij nu, en hij speelt nog 130 concerten per jaar. ‘Ja, ik vind het ook belachelijk, maar ja, het moet.’ Zonder nadere verklaring: ‘het moet.’

Maar de mooiste uitspraak kwam tijdens het horen van de percussieve effecten van een van zijn eigen installaties (hij is ook beeldend kunstenaar), toen hij daarover zei: ‘Ik wou dat ik zo lullig kon spelen.’

Ik meende meteen te begrijpen wat hij bedoelde: hoe dat klinkt, lullig spelen – en hoe het een ideaal kan zijn. Ik begon ook meteen te zoeken naar het literaire equivalent: wat is lullig schrijven en wie zou daarin uitblinken?

Het schrijven vereist sterke zenuwen

Bennink had daarvoor zelf het antwoord al aangereikt, schoot me te binnen, toen eerder in het gesprek zijn afkeer van reizen ter sprake kwam. Aan verre reizen had hij net zo’n broertje dood als Bob den Uyl, zei hij. Die fietste het liefst met opgerolde broekspijpen op een halve racefiets naar Diksmuide, om daar een fles wijn te kopen, die in het park leeg te drinken en dan uiteindelijk in een dubieus hotel te belanden. Aldus Bennink.


Bob den Uyl, de reisboekenschrijver met een hekel aan reizen – naar wie desondanks een prijs voor het beste reisboek is vernoemd. Een van mijn lievelingsschrijvers en inderdaad: een meester in literaire lulligheid.
uit: Bob den Uyl, Met een voet in het graf (1971)


Maar tegenkandidaten zijn natuurlijk welkom. Wie is volgens u met verve de lulligste schrijver van Nederland? In de goede zin des woords?

vrijdag 13 oktober 2017

De Milanese nachtegaal van de kook

In Kuifje en de Picarro’s zit Bianca Castafiore het hele album in de gevangenis, tot groot verdriet van haar cipier.

Kuifje en de Picaro’s, pagina 13

Maar klaagt de Milanese nachtegaal dat haar pasta niet lang genoeg gekookt is? Dat wringt. Zo’n Italiaanse wil haar pasta toch niet gaar, maar béétgaar? Lekker stevig al dente?

En inderdaad: volgens het Franse origineel wil ze de pasta juist moins cuites.


Halfgare vertaling

Had de vertaler dat niet door? Aan het eind van het album, als deze running gag wordt afgemaakt, wordt toch precies uitgelegd wat ze bedoelt:


Niks ‘gaar’, maar à point. Zelfs Google Images snapt precies wat onze diva wil – louter op basis van dit plaatje, zonder tekst:



Maar de Nederlandse vertaler had van de Italiaanse keuken geen kaas gegeten – of had er in 1976 geen fiducie in dat Nederlandstalige lezers zouden weten wat beetgare pasta is. Dus de Zuid-Amerikaanse gevangenispasta blijft in het Nederlands gewoon schandelijk undercooked.

Waarmee ook de subtiele, al dan niet bedoelde grap verloren gaat dat papperige pasta je onvermijdelijke lot is als je in de gevangenis belandt van generaal Tapioca!

Aan het plaatje is overigens goed te zien dat het om tagliatelle gaat, maar ook dat was natuurlijk onbestaanbaar: wie had hier in 1976 ooit van lintpasta gehoord? Dat is dus gewoon halfgare spaghetti geworden:

Kuifje en de Picaro’s, pagina 61

Dan waren de vertalers in Engeland (toch niet befaamd om zijn culinaire tradities) heel wat uitgekookter. Zij doen het wel gewoon vanaf het eerste plaatje goed:


Het woord beetgaar

Het enige excuus – misschien – is dat het woord beetgaar nog niet echt was ingeburgerd toen Kuifje en de Picaro’s verscheen. In de jaren 90 had de term zich wel definitief gevestigd:

Delpher

Maar aan de frequentie te zien waarmee het in Delpher voorkomt, werd het woord beetgaar pas vanaf de jaren 60 (mondjesmaat!) gebruikt en begon het – en daarmee waarschijnlijk ook het hele begrip ‘al dente’ – pas in de jaren 70 courant te worden.



De macaroni die ik in de jaren 80 kreeg voorgezet, was ook nog zelden beetgaar.

Die tijd van pappen en nathouden is nu gelukkig voorbij. Wij leven nu in een tijd van stevige pasta en goede vertalingen. Kom hier dat ik u kus.


(Met dank aan Edward Rekkers voor de tip.)

woensdag 11 oktober 2017

Watergebrek in Zeeland

Zoekend in krantenarchieven naar informatie over schrijvers (nieuwe Henry James-onthulling op komst!) blijf ik altijd weer hangen bij heel andere zaken.

Dit bijvoorbeeld: dat nota bene watergebrek in Zeeland in 1880 een probleem blijkt te zijn geweest waarover lezers in de Middelburgsche Courant correspondeerden. Ook ik moest even glimlachen toen ik zag dat de toon van ingezonden brieven destijds weinig verschilde van die van tegenwoordig:


Briefschrijvers kregen van de krant wel wat meer ruimte om hun oplossingen in detail uiteen te zetten.


Middelburgsche Courant | 1880 | 21 juni 1880

En voor wie het zich afvraagt: een ‘trasje’ (of trasbak) is een gemetselde regenbak.

Verder zou die man zo in Omroep Zeelands belprogramma Zegt u ’t maar kunnen.

dinsdag 10 oktober 2017

Sick!

Gotta love the BBC: [sic]!



Journalistic integrity before everything. "Her words!"
Sick ’em!

maandag 9 oktober 2017

De wijzer van de klok is het lot

De overgang naar de moderne tijd verklaard in De stad der wonderen van Eduardo Mendoza.



De hele passage mondt uiteindelijk uit in een bizarre anekdote over hoe door toedoen van Mata Hari de film Quo Vadis (1924) de Spaanse bioscoop nooit heeft gehaald – een spectaculair verhaal binnen een verhaal binnen een verhaal dat doet denken aan de excentrieke fantasieën van Wes Anderson of de gebroeders Coen. Die grilligheid (en vermakelijkheid) typeert het hele boek.

woensdag 4 oktober 2017

Het eigenaardige Amerikaansche leven

Uit Zoek-licht, Nederlandsche encyclopædie voor allen (1922)

Dat ‘eigenaardige Amerikaansche leven met zijn dikwijls zoo scherpe contrasten, waar eenzelfde mensch nu eens in de wildernis, dan weer in een hypermoderne stad leeft, nu verkeert met de alleronderste lagen der maatschappij, dan weer met de meest verfijnde rijken’ – dat wordt ook heel mooi verbeeld in De fundamenten van ons leven van Wallace Stegner. (Net verschenen, in een vertaling van, enz.) Een portret van een leven, van een huwelijk en van een land in opbouw.

Maar dit lemma uit een vergeten encyclopedie, waar ik op stuitte bij het zoeken naar informatie over Henry James, en waar ik bij bleef hangen omdat het me vluchtig aan Stegners roman deed denken, houdt me nu uit mijn slaap om een andere reden. Ik blijf me maar afvragen wie toch die Mary Garland kan zijn die door deze encyclopædist in één adem met andere, nog steeds befaamde schrijvers wordt genoemd. Welke verhalen heeft zij dan geschreven – dat ze in 1922 blijkbaar beroemd genoeg was om een plaats in deze ‘encyclopædie’ te verdienen, maar inmiddels zo obscuur is dat ik haar zelfs op internet niet kan vinden?

Oké, Mary Garland is een personage in Roderick Hudson, de eerste roman van Henry James. Maar dáármee zal Tietse Pieter Sevensma haar toch niet hebben verward?

Is het een verschrijving voor Hamlin Garland (ook een schrijver van wie ik nog nooit had gehoord, en die nu niet meer met de andere genoemde schrijvers op één plan wordt gesteld)?

Curieus..

Amerikaansch duel

Het doet me haast twijfelen aan de kwaliteit van dit naslagwerk. Is dat andere vreemde lemma, voorafgaand aan ‘Amerikaansche letterkunde’, soms ook uit de duim gezogen?

Uit Zoek-licht, Nederlandsche encyclopædie voor allen (1922)

Nee, die betekenis van ‘Amerikaans duel’ kom ik weer wél op internet tegen. Weliswaar niet vaak in Amerikaanse bronnen, maar ach – wij spreken in Nederland ook nooit van een ‘Nederlandse traktatie’ in de betekenis die de Amerikanen daaraan geven.

Toch blijf ik me afvragen wie die Mary Garland moet zijn.

(Zoek-licht is te raadplegen op Delpher.)

maandag 2 oktober 2017

Vlucht in eenzaamheid

Het heeft 46 jaar geduurd voordat Wallace Stegners monumentale roman Angle of Repose uit 1971 in het Nederlands werd vertaald. (Vorige week dus, als De fundamenten van ons leven, vertaald door Rob Kuitenbrouwer en mijzelf).


Verder is er nog niet veel van Stegner vertaald. Twee jaar geleden verscheen bij Lebowski Wat behouden blijft, Edzard Krols vertaling van Crossing to Safety. Een roman uit 1987, dus die heeft maar 28 jaar op vertaling hoeven wachten.

En dat is het dan wel. Bijna.

Want veel langer geleden is in Nederland nog één andere roman van Stegner in vertaling verschenen, en dat al binnen een jaar. Het was in de tijd dat je onder een boekbespreking dit soort berichten in de krant aantrof:

Rotterdamsch Nieuwsblad, 28-06-1941

Stegners derde roman On a Darkling Plain uit 1940 verscheen hier namelijk al in 1941, als Vlucht in eenzaamheid, in een vertaling van A. van Agen

De Amersfoortsche Courant was lyrisch over de roman:

Amersfoortsche Courant 25-06-1941

En over de vertaling:

Amersfoortsche Courant 25-06-1941

Het Volk (‘dagblad voor de arbeiderspartij’) vond het een te lang uitgesponnen ‘tendenz-boek’.

Het Volk 29-07-1941

Tegenwoordig staat deze vroege roman niet meer hoog aangeschreven. Op Goodreads lees ik: ‘Stegner was not particularly proud of the writing and the book is considered part of his apprenticeship as a writer.’

Nou ja, als die leerjaren uiteindelijk hebben bijgedragen aan het succes van het veel latere Angle of Repose, zijn ze toch welbesteed geweest.

Wat ik grappig vond om in deze artikelen te zien: die rare uitgeversmanie om te zeggen dat een boek is vertaald ‘uit het Amerikaans’ bestond toen dus ook al.

Populaire berichten