Zoeken in deze blog

maandag 6 november 2017

‘Zelfs een uitgever kan een fatsoenlik en artistiek mens zijn’

De romancier en de vertaalster

Van 1904 tot 1907 correspondeerde Marcellus Emants regelmatig met Gonne van Uildriks, een productieve literair vertaalster uit het Engels en Duits. Op DBNL is nog weinig informatie over haar te vinden, maar ze lijkt toch heel wat vertaalwerk op haar naam te hebben en geniet ook de eer om als eerste Jane Austen in het Nederlands te hebben vertaald: Gevoel en verstand (1922), haar vertaling van Sense and Sensibility, verscheen in het jaar na haar dood.

Gonne van Uildriks

Emants’ volledige correspondentie met haar is, keurig bezorgd door Nop Maas, te lezen op DBNL. Het beeld van Van Uildriks dat oprijst uit Maas’ inleiding en enkele andere online bronnen is een beetje tragisch: na een ongelukkig huwelijk en een scheiding nam ze om den brode zoveel mogelijk vertaalwerk aan en drong zich per brief herhaaldelijk op aan literaire en andere notabelen, om vervolgens hevig teleurgesteld te zijn als zo’n correspondentie na enige tijd weer doodbloedde. Ze werd enkele malen met een depressie opgenomen in een inrichting, waar ze uiteindelijk ook is overleden.

Maar haar aanzienlijke productie en haar gewoonte om zelf werk aan te brengen bij uitgevers, die haar bovendien de vertaling toevertrouwden van succesvolle auteurs als R.L. Stevenson en H.G. Wells, bieden evengoed aanknopingspunten om haar te kenschetsen als een daadkrachtige en zelfstandige vrouw, die met een actieve literaire praktijk zichzelf en haar zoon overeind wist te houden in een tijd dat dat voor alleenstaande vrouwen helemaal niet zo vanzelfsprekend was.

‘Een zeer jaloerse persoonlikheid’

Van haar correspondentie met Emants zijn bijna alleen de brieven van Emants bewaard gebleven. Ik vond die erg lezenswaardig: naast puntig geformuleerde bespiegelingen op moraal en kunst bieden ze ook een levendig beeld van zijn korte schriftelijke vriendschap met een hooggestemde, alleenstaande literatuurliefhebster. Een vrouw op wie zijn echtgenote uiteindelijk zo jaloers werd dat ze haar een bezoek bracht om poolshoogte te nemen – waarmee abrupt een eind kwam aan de correspondentie, aangezien Van Uildriks zich daarna niet meer vrij voelde Emants in alle openhartigheid over haar leven te schrijven.

In een bewaard gebleven kladbrief aan Emants’ echtgenote verwoordt ze dat zo:
U moet het mij maar zonder verdere verklaring te eischen ten goede houden dat ik mij gedrongen voel den schriftelijken omgang met uw man af te breken... Ik weet het wel, dat die omgang uw volle goedkeuring wegdroeg, uwe invitatie om bij u aan huis te komen bewees dat immers; - maar toch... ik vind daarin nu geen genoegen meer. Laat het u desnoods een bewijs te meer zijn van de vreemdheid, die u reeds in mijne brieven heeft getroffen. 
Emants zelf was ook verrast door de actie van zijn vrouw, blijkens zijn laatste brief aan Van Uildriks:
Van het bezoek, dat mijn vrouw u heeft gebracht wist ik tot heden niets. Zij is een zeer zenuwachtige en zeer jaloerse persoonlikheid. In mijn ogen is jaloezie een ziekteverschijnsel, waartegen zo goed als geen kruid gewassen is. Openhartigheid is nog 't beste. Ik bood haar dus de lezing van uw brieven aan, maar zij maakte van dit aanbod slechts zeer zeldzaam gebruik. Waarom ze juist nu u eensklaps heeft bezocht weet ik niet.

Gevoel en verstand 

Dat was het einde van een tweeënhalf jaar durende correspondentie waarin Emants haar bijvoorbeeld deelgenoot maakte van zijn hekel aan kunst met een boodschap (‘Strekkingskunst geeft alleen aan misbaksels het leven’) en zijn opvattingen over verstand en gevoel:
Trouwens indien een gevoelszaak mijn verstandelike inzichten werkelik wijzigde, dan zou ik die gewijzigde inzichten ten zeerste wantrouwen. Niets bedriegt een mens meer dan zijn gevoel. Na een glas wijn zijn de gevoelens der mensen zeer vaak veranderd; dan wijzigen zich daardoor ook vaak zijn inzichten en dan zijn die gewijzigde inzichten... niets waard.
Ook pareert hij in dezelfde brief het verwijt (dat hij als rijkeluiskind vaker moet hebben gehoord) dat hij over sommige zaken te gemakkelijk denkt omdat hij niet hoefde te werken voor de kost:
daar zet ik tegenover, dat er geen enkele reden bestaat om aan te nemen, dat zij die arbeiden moeten, ook daarom juistere opvattingen hebben. Hun opvattingen zijn andere; o ja; maar mijns inziens onjuistere, omdat de tijd tot behoorlik nadenken en navorsen hun altijd ontbroken heeft. De praktiese mens is doorgaans niet de wijze mens.
En niet alleen van de werkloosheid, ook van de kinderloosheid zingt hij de lof (niet wetende dat hij in 1910 uiteindelijk toch een dochter zal krijgen):
Er bestaat een instinkt van vaderlikheid, zegt u. Ja, ik heb 't wel waargenomen... bij anderen. Wat me zelf aangaat, geloof ik niet, dat ik veel instinkt of veel instinkten bezit. Naar mijn opvatting is 't haast een misdaad, zij 't een vergefelike en begrijpelike, een kind in het leven te roepen. Wat zou er verloren zijn als het leven eens in 't algemeen werd uitgeblust?
Mijns inziens: alleen veel ellende.
Hij gaat tekeer tegen de kerk:
Het geloof heeft veel meer kwaad gesticht dan goed (zie alle godsdienstoorlogen, de Inquisitie en de antithese). Troosten kan men even goed of even slecht zonder geloof.
Het geloven in grondwaarheden, die onbewijsbaar zijn, maar waarop een wetenschap steunt, welke ieder ogenblik aan de ervaring kan getoetst worden, staat volstrekt niet gelijk met het geloven in allerlei zaken, waarop niets steunt en welke men juist nooit toetsen mag aan enige ervaring. Bovendien verhindert elk geloof alle vooruitgang (zie Spanje, België, en alle Mohammedaanse landen + China). Ik zou het woord geloven uit alle woordenboeken willen schrappen behalve in de betekenis van niet-zeker-weten.
En toch ben ik geen materialist. Integendeel houd ik het geestelike voor de kern van alle dingen.
En tegen de Nederlandse wind:
Het aanhoudende geblaas, dat men wind noemt, ergert me steeds. Ik voel 't als het zinneloze getreiter van een idioot. In andere landen kan een mens op zijn balkon rustig een brief schrijven. In ons land wordt zijn papier altijd weggeblazen.
Verder natuurlijk veel geklaag over toneelstukken die niet worden opgevoerd, lichamelijke ongemakken, verre reizen die hem eerder een last zijn dan een lust, enz. Het favoriete onderwerp van 19de-eeuwers, de spijsvertering, komt allicht ter sprake, en we lezen dat hij citaten haat – dus als het aan hem lag was dit voornamelijk uit citaten bestaande blog er nooit gekomen. Ook al omdat hij haar vraagt zijn brieven vooral niet te bewaren:
Ik geloof wel niet, dat iemand er ooit aan denken zal ze te laten drukken; maar er wordt al zoveel onzin van iemand gedurende zijn leven verteld, dat ik ongaarne de mensen in staat zou stellen uit niet voor openbaarmaking bestemde brieven nog meer onzin omtrent mij na mijn dood te distilleren. Dus als 't u blieft: verbranden.

Denken met uw... ja, waarmede?

Zou die wens ook voorkomen uit het besef dat hij in de brieven subtiel met haar heeft geflirt? Op haar vraag of hij veel van dieren houdt, antwoordt hij:
Voor katten voel ik 't meest ofschoon ik die dieren zeer egoïst vind. Ik geloof, dat de genegenheid van een man voor een kat niet vrij is van zinnelikheid.
En later schrijft hij, in reactie op haar beschrijving van de moeizame verhouding met haar man:
Uw man smijt soms de poes plotseling van zijn schoot. Dat kan wel; maar zo doen alle mannen toch niet. Ik verzeker u, dat mijn poes zo lang mogelik met rust werd gelaten op mijn knieën en dan behoedzaam neergezet.
Waarschijnlijk moeten we hier niet te veel achter zoeken – evenmin als achter de drie puntjes waarover Van Uildriks zo ongerust is:
Ik schreef u eens: ‘dat is niet zo eenvoudig als u met uw... ja waarmede... denkt.’ U weet niet wat die stipjes betekenen en is ongerust over hun betekenis.
Wel, ik wilde u eenvoudig onder de ogen brengen, dat ieder mens, ook u, niets anders heeft dan zijn verstand om mee te denken. U kan u wel inbeelden te denken met uw gevoel, maar in de grond doet u dan niet anders dan uw verstand laten kontroleren door uw gevoel[,] wat in de regel voor de zuivere werking van het verstand niet bevorderlik is.
Maar met mijn 21ste-eeuwse dirty mind is het natuurlijk wel erg verleidelijk om zulke passages Freudiaans te duiden – al doe ik het in het volle besef dat ik dan ‘onzin aan het distilleren’ ben.

Zuring of zoete peultjes

Uit preutsheid hoef ik dat trouwens niet te laten, want conventioneel moralistisch lijkt Emants bepaald niet te zijn geweest. Conventioneel was eerder de mentaliteit van Van Uildriks zelf, zoals hij haar ook laat weten naar aanleiding van wat ze schrijft over Tagebuch einer Verlorenen van Margarete Böhme, later in Van Uildriks’ vertaling verschenen als Uit het leven eener gevallen vrouw. (Dit indertijd fenomenaal succesvolle boek over een vrouw die in de prostitutie belandt heeft een interessante geschiedenis: het werd in de markt gezet als het dagboek van een echte prostituee, terwijl Margarete Böhme het uit haar duim gezogen had; iets wat vakbroeder Emants, zoals uit de brieven blijkt, meteen door had.)

Van Uildriks was enthousiast over het boek, maar had blijkbaar ook kritiek op de hoofdpersoon. Emants’ weerwoord klinkt mij voor zijn tijd verlicht in de oren:
Waarom wordt er toch altijd zoveel spektakel over gemaakt indien een vrouw eens doet wat haast geen enkele man nalaat? Dat een zogenaamd gevallen vrouw zich nagenoeg nooit meer opheffen kan, noem ik een schande voor... alle fatsoenlike mensen. [...] Ik heb ook eens te vergeefs gepoogd een zogenaamd gevallen vrouw er weer boven op te brengen. Ofschoon ik mij borg stelde voor het geld, wilde niemand haar een lokaal verhuren om er een nering in te beginnen. Wel vond niemand haar te slecht om haar te beledigen en af te zetten... En toch noemen de Hagenaars zich voor het merendeel Christenen. 
In ieder geval: geflirt of niet, van echte amoureuze toenadering is in de briefwisseling verder geen sprake. Wel schreef Van Uildriks op een gegeven moment dat ze veel van Emants hield, maar zelfs dan is niet helemaal duidelijk of ze op de man of de schrijver doelt. En zou zij al gepiekerd hebben over waarom het tussen hen niets wilde worden, dan had Emants haar dat vast ontraden, want zoals hij in een ander verband schrijft:

M.i. is 't niet mogelik te beschrijven wat twee mensen tot elkander brengt. Het is even onmogelik als te verklaren waarom de een houdt van zuring en de ander van zoete peultjes.


Vertaal erop los

Ook over vertalen komen de twee te spreken. Dat vormt zelfs de aanleiding voor de correspondentie: Van Uildriks schrijft Emants met de vraag of hij vertaalwerk voor haar kan regelen bij zijn uitgever. Het lijkt hem de omgekeerde weg:
Wat nu ander vertaalwerk aangaat, komt het mij voor, dat u de verkeerde weg inslaat. Andere vertalers of vertaalsters kiezen een werk uit en vragen aan de schrijver verlof dit te mogen overbrengen in een andere taal. Daarna trachten zij voor hun arbeid een uitgever te vinden, die hun een honorarium uitkeert.
En trouwens, aan het auteursrecht hoeft ze zich bij nader inzien niet te storen:
In zake vertaalwerk kan het u niet onbekend zijn, dat Nederland nog niet is toegetreden tot de Berner Conventie. U kan er dus gerust op los vertalen zonder iets te betalen. U staat evenwel altijd bloot aan de onaangenaamheid, dat iemand anders gauwer dan u werkt en dat u dus voor niets heeft gearbeid. Goed, maar ook weer niet afdoende, is 't dus aan de auteur en zijn uitgever het vertaalrecht aan te vragen.
Een vreemde opvatting voor een auteur. Maar ten eerste hoefde Emants niet te leven van zijn werk. En auteursrecht bestond in Nederland eigenlijk nog niet: pas in 1912 trad Nederland toe tot de Berner Conventie, mede dankzij de inspanningen van o.a. Herman Heijermans en de in 1905 door Lodewijk van Deyssel en Herman Robbers opgerichte Vereniging van Letterkundigen (VvL).

Zeldzame vogels

Later komt het ook tot een meer inhoudelijke gedachtewisseling:
Dat u vertalen zeer moeilik vindt, verwondert mij niets. In vele gevallen is 't een hopeloos werk. De meeste mensen denken: table is tafel en je prends is ik neem. Je prends la table is dus ik neem de tafel en vertalen is niets waard. Ja wel, zo schijnt het; maar wie dieper in de zaak doordringt, ziet dat het dikwels onmogelik is gelijkwaardige woorden in de eigen taal voor vreemde woorden te vinden. Vertaal eens presies ‘leisten’ in het Nederlands of ‘een gulle lach’ in het Duits.
   Maar laat u een uitgever in uw werk schrappen? 't Is waar: zelfs een uitgever kan een fatsoenlik en artistiek mens zijn; maar dat u twee zulke zeldzame vogels gevangen zou hebben is mij haast te machtig. De verandering van ‘een groot aantal kinderen’ in ‘een behoorlik aantal’ zou ik zeker afkeuren; ten eerste omdat die verandering mij ongerechtvaardigd en onnodig voorkomt, ten tweede omdat in mijn ogen elk aantal kinderen hoe klein ook, al onbehoorlik is. Tegen het woord er heb ik in 't geheel geen bezwaar.
Over haar vertaling van H.G. Wells’ Love and Mr Lewisham (De liefde en de heer Lewishamschrijft hij:
Tegen uw vertaling heb ik niet veel in te brengen. Kleine aanmerkingen zal ik maar voor me houden en een vergelijking met het oorspronkelike heb ik niet gemaakt. Gemakkelik en aangenaam leesbaar is uw vertaling zeker.

Tobben met het Engels

Overigens las hij Engelse literatuur graag in haar vertaling omdat hij zelf meende het Engels onvoldoende te beheersen:
Mij blijft die taal zo vreemd, dat ik telkens en telkens weer Engelsen moet horen spreken om te kunnen geloven, dat er heus mensen bestaan, die om hun gedachten te kunnen mededelen, zulke afschuwelike geluiden moeten maken. En als ik Engels lees, blijf ik altijd in een nevel met het gevoel, dat me raadseltjes worden opgegeven. Zweeds, Noors, Italiaans en Spaans lijken me veel begrijpeliker en 't is me steeds een raadsel, dat zoveel Nederl. jonge dames durven zeggen: o, Engels is zo gemakkelik.
Wat Wells betreft, dank ik u voor de toezending van zijn boek en wil ik ook wel erkennen, dat zijn fantastiese schetsen mij beter voorkomen dan zijn meer realistiese. Een schrijver naar mijn hart is hij evenwel niet. Dat ik met het Engels altijd getobd heb en zal blijven tobben kan daar ook wel wat toe doen. Eerlik gezegd ben ik ook maar zelden een warm bewonderaar van Shakespere en vind ik die man zelfs onuitstaanbaar zodra hij poogt aardig te zijn. 
Hij vraagt haar zelfs om hulp bij enkele passages en woorden die hij niet begrijpt:
Mag ik van de gelegenheid gebruik maken u naar een verklaring van enkele Engelse uitdrukkingen te vragen?
Bl: 231 (Wells) Daar staat tweemaal anticipate en moet dit woord tweemaal iets anders beduiden. Of vergis ik me daarin.
286 His monotine. Wat is dat?
286 passing it on Wat is dat?
286 held his own Wat is dat?
296 Flukes Arm van een anker zegt mijn woordenboek, maar dat past hier toch niet.
296 a fare assisted by pigments Wat is dat?
310 Daar staat herhaaldelik ‘hurt’ zonder voorwerp. Wat betekent dat?
282 Scrap Wat beduidt dit daar?
Laat ik tot besluit de gelegenheid nemen om de tekstbezorging van Nop Maas op dit punt aan te vullen. In noot 159 staat bij deze brief: ‘Het is niet gelukt te achterhalen welk boek van Wells hier aan de orde is.’ Dat was in 2000; inmiddels is heel eenvoudig te achterhalen om welk boek het gaat; dat is de verhalenbundel Tales of Space and Time. Op Gutenberg.org staat een behoorlijke teksteditie, nota bene op basis van dezelfde uitgave die Emants moet hebben gelezen, want zelfs de paginering komt overeen. Daaruit blijkt dat in de hierboven aangehaalde transcriptie van Emants’ handschrift waarschijnlijk twee foutjes zijn gemaakt  (tenzij het Emants zelf was die zich verschreef): ‘monotine’ is allicht ‘monotone’ en ‘a fare’ moet ‘a face’ zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Populaire berichten