Zoeken in deze blog

donderdag 31 augustus 2017

Wie van de dr... nee, vier!

Toen mijn vertaling van Daisy Miller in 2016 verscheen, dacht ik dat het pas de tweede Nederlandse vertaling van dat werk was. Inmiddels ben ik in een tijdsbestek van enkele weken te weten gekomen dat het al de vierde is. Vorig jaar verkeerde ik nog in de waan dat de in 1983 bij Goossen verschenen vertaling van Klaas Vondeling de enige andere was. Enkele weken geleden kwam ik erachter dat er in 1985 ook bij het Spectrum een vertaling is verschenen in de bundel Vijf Amerikaanse novellen, samengesteld en vertaald door Hans Werne.

En toen keek ik eens in Delpher en zag dat de novelle zelfs al in 1878 als feuilleton in Bataviaasch Handelsblad verscheen in – overigens danig gekortwiekte en anonieme – vertaling. Dat was van 17 tot 28 augustus 1878, nadat het verhaal in juni en juli van dat jaar net in Cornhill Magazine was verschenen (en nog voordat het als boek was uitgekomen).

Die publicatie is in zijn geheel op Delpher terug te vinden (zoek daarvoor op de woorden ‘daisy miller mengelwerk’), maar voor het gemak zet ik de jpegs van alle 9 afleveringen ook hier bij elkaar als download.

En om een indruk te geven van de verschillen is hier een korte passage in alle vier de vertalingen (met al meteen een weglating in de versie van 1878).
De anonieme vertaling uit 1878

Vertaling Klaas Vondeling, 1983

Vertaling Hans Werne, 1985

Mijn vertaling, 2016

woensdag 30 augustus 2017

Leer van de kunstenaar


Duistere jaren, dat zijn in het titelverhaal, het laatste in de bundel van Hotz, de jaren dertig – maar misschien ook wel de dertigersjaren in ieder mensenleven. In de woorden van de verteller, die in het verhaal terugblikt op de jaren dertig, toen hij zelf een twintiger was maar vooral met dertigers omging:
Ook nu, na een halve eeuw, heb ik het niet zo op dertigers. Ze blijven elkaar het leven uitleggen, nu in duistere psychologieën die ze bescheiden glimlachend improviseren. Wat stel ik dan, als grijsaard van drieënzeventig, tegenover dat gezwets? Alleen dat iets moois mooi is.

De oudere mensen met wie de verteller in de jaren dertig verkeert, zijn wereldverbeteraars:
Will had weer met deemoedige wetenschapsstem uit zijn Engelse boek geciteerd. ‘Waar vindt men relatief nog de meeste voldoening in het leven?’ had hij gevraagd. ‘Onder de bohémiens. De artiest denkt alleen aan idee en vorm. Hij vergeet voedsel; oude kleren volstaan. Economische groei is helemaal geen voorwaarde tot geluk. Geef de gewone man niet meer géld, maar meer waarde voor z'n geld, zodat hij goede, eenvoudige dingen kan kopen. Leer van de kunstenaar.’

Al worden ze door boze werklozen ook uitgemaakt voor ‘faksisten’.

Zoals in al zijn verhalen heeft Hotz (of zijn verteller) ook hier weer een scherp oog voor de minder vrolijke kanten van het leven. Op overdreven levensvreugde is hij zelden betrappen.
Dat leest lekker weg:
Ik keer een moment terug naar het heden, naar 1982. Is de mensheid nu ‘bevrijd’ en voelt ze zich beter? Nooit hoor ik meer getob. Men krijgt alles dubbel als Job in z'n ouderdom en werpt zich starend op Jung of nog griezeliger profeten. De beide geslachten staan elkaar naar het leven.
Onlangs stond ik 's morgens op en zette m’n radio aan. Er klonk een wezen op met het adenoïde geluid van vrouwen wie het hindert dat er nog een ander geslacht bestaat dan het hunne op aarde. Ze liet weten dat ze zichzelf bevredigde, sinds wanneer, waarom en hoe. Ik haast me te melden dat daarna een man aan het woord kwam die minstens zo erg teemde dat hij ‘seksueel niet gelukkig was’ met z’n vrouw.
Hoewel men went aan de vooruitgang dacht ik: moeten die huilebalken voor de microfoon op m'n nuchtere maag? Daar is een gewone parkexhibitionist een armzalig kuise amateur bij.
Ik wilde opeens dat het einde nabij was. Dat huizenhoge ijsschotsen op Rijn en Maas verschenen. Alles bevroor. De te dikke lijven van die klagers sisten eerst en smolten dan. Ze werden tot water met vetkringen. (Ondanks de nieuwe crisis eet men zich puilpensen.)
IJskoude kou. Niets. Lege reinheid. Ik poetste m’n tanden. Misschien had men die twee in de Hilversumse studio op elkaar los moeten laten. Maar met de microfoon dicht graag.

En ondanks Hotz’ sterke hang naar het verleden, overheerst in zijn verhalen (ook de historische) dus vooral het gevoel dat er nooit iets verandert.

En om die lijn maar even door te trekken naar mijn heden (2017): ik zie nu in de stad overal posters voor de taxi-app Abel, ‘De rit die je wilt delen’: ‘Door de rit te delen met anderen bespaar je niet alleen op je ritprijs, het is ook een stuk gezelliger.’ Een gloednieuw concept van de moderne interneteconomie?
Welnee. In de Crisistijd kende Nederland dit soort ‘wilde taxi’s’:


Ik hoef waarschijnlijk niet eens te zeggen dat zo’n wilde taxi later in het verhaal iemand doodrijdt? Allicht.

Verhalen vol somberheid, vergeefs enthousiasme en mooie zinnen, waarvan je af en toe ook nog wat nutteloze historische kennis opsteekt, of een oud liedje leert kennen, of een nieuw woord – zoals pantoffelparade:



Wat kun je van een boek nog meer verlangen?
Nou, niets eigenlijk. Zeker niet als je al tevreden bent met een heel klein beetje.

maandag 28 augustus 2017

Acquefacques en de NS

Overbevolking zoals verbeeld in de schitterende stripreeks Julius Corentin Acquefacques van Marc-Antoine Mathieu (die nodig eens vertaald moet worden).

Uit: Julius Corentin Acquefacques, prisonnier des rêves, deel 3, Le processus
Moest ik vandaag aan denken toen ik in een NOS-artikel over de uitbreiding van het spoor las: “Er komen volgend jaar nog 118 treinen bij. Straks komen we op een punt dat voor al die treinen geen sporen meer zijn.”
   Ik zie het helemaal voor me: eerst rijden er zoveel treinen tussen Amsterdam en Utrecht dat je geen dienstregeling meer nodig hebt, maar op willekeurige tijden naar het station kunt gaan en dan hooguit een paar minuten hoeft te wachten. Die treinen worden ook steeds langer, om ruimte te bieden aan de toenemende passagiersaantallen. En uiteindelijk staan er zoveel kilometerslange treinen op het spoor dat ze niet meer voor of achteruit kunnen.
   Je reist dan van Amsterdam naar Utrecht door achteraan in te stappen in Amsterdam en vervolgens helemaal door te lopen naar het voorste treinstel, waar je dan (wat een service!) meteen in Utrecht kunt uitstappen. Zonder dat de trein een meter hoeft te rijden.
   Het wordt wel een beetje gedrang in het gangpad, met twee forenzenstromen die tegen elkaar in drummen. Misschien moet het interieurontwerp van de treinen daarop worden aangepast. Dan kan meteen de mogelijkheid worden meegenomen om onderdelen van de treinstellen (de bovenverdieping van dubbeldekkers?) te benutten voor bewoning en andere activiteiten.
   Ook voor inperking van de ‘espace vitale’van de burger en manieren om klein te wonen ziet Mathieu ruime mogelijkheden:
Uit: Julius Corentin Acquefacques, prisonnier des rêves, deel 2, La qu...
Het Parool kopt vandaag overigens: “UvA gaat colleges geven op de pont naar NDSM”. Op lokaal niveau wordt dus al hard gewerkt aan het als een harmonica in elkaar schuiven van het hele begrip woon-werkverkeer: verkeer=wonen=werken (of college krijgen).


zondag 27 augustus 2017

Déjà vu all over again

Goh...


Als je het zelf niet meer weet omdat je die nacht stomdronken naar huis bent gekropen, is Google er altijd nog bij om je eraan te herinneren waar je hebt uitgehangen. Tot in lengte van dagen...

Hoe was het ook weer? 'Turn on, tune in, drop out.' Het wil me maar niet lukken.

vrijdag 25 augustus 2017

Willy Corsari



Ik had weleens van de naam Willy Corsari gehoord, maar had een vage indruk dat dat een auteur was van flutfictie à la Konsalik of Barbara Cartland. Door dat on-Nederlandse, vagelijk mediterrane pseudoniem misschien. (Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg, nietwaar?)

De flaptekst van Door een noodnottig ongeval intrigeerde me, en bij lezing bleek dit een heel andere auteur dan ik had verwacht. Een uiterst trefzekere verteller van uitstekende fictie, schrijvend in een stijl die in mijn ogen nog steeds nauwelijks gedateerd is. Middlebrow fictie die sterk leunt op een verrassende wending aan het eind – maar middlebrow fictie van de beste soort. Onsentimenteel en scherp van psychologie en karaktertekening. En met een zo sterke voorkeur voor bepaalde motieven (zoals dwingende vaders die een kind in zijn ontwikkeling remmen) dat het een zekere persoonlijke obsessie verraadt. 

Het enige wat misschien ontbreekt is een zekere mate van productieve dubbelzinnigheid. Je wordt als lezer knap door de auteur bespeeld, maar grote raadsels blijven er uiteindelijk niet over. Deze schrijfmachine mijmert geen gekkenpraat: hier staat gewoon wat er staat. Voor literatuur met een hoofdletter L is dat misschien te weinig; voor onderhoudende verhalen die van mensenkennis getuigen, is het meer dan genoeg.

R.L. Stevenson, Shirley Jackson, Patricia Highsmith, Daphne Du Maurier, daar deed dit werk mij aan denken. En die laatsten mogen dan bekender zijn, dat komt vooral ook doordat ze schreven voor een groter taalgebied. Kwalitatief doen deze twee novellen wat mij betreft niet onder voor hun werk.

En dit zijn natuurlijk ook de betere auteursfoto's...


Hierboven het omslag van de Salamander-editie die ik las. Geen kwaad woord over Thé Tjong-Khing, maar het oorspronkelijke omslag vind ik in dit geval mooier:




Ik ben benieuwd naar ander werk van haar. De op het omslag van dit boek zo geroemde detectives misschien, en dat boek over een schrijver (een van mijn favoriete genres: romans over schrijvers), Illusies.

Meer over leven en werk van Corsari is te lezen in het Vrouwenlexicon:
Ze publiceerde niet meer totdat ze na de oorlog overstapte naar De Bezige Bij, waar ze uitgroeide tot een bestsellerauteur. Bert Schierbeek, redacteur bij de Bezige Bij, vond haar werk echter niet literair genoeg. Corsari was hierdoor gekwetst en beëindigde de samenwerking.
Vergelijk ook deze passage uit de necrologie in Trouw:
" Het was de eerste uitgave van De Bezige Bij, de uitgeverij die in haar eerste periode goed aan Corsari zou verdienen. Eind jaren vijftig verdween ze daar, omdat andere auteurs bij dezelfde uitgever vonden dat ze niet meer in het fonds paste: te weinig literair, te ouderwets.
De schrijfster was wars van literaire vernieuwing à la Jan Wolkers of Jan Cremer. Van bekentenissenliteratuur moest ze niets hebben. “Ik ben niet zo dol op boeken van ik, mijn ouders, mijn familie, mijn vrienden, mijn kennissen; een hedendaags literair modeverschijnsel”, zei ze in 1987."
Zie verder de Volkskrant.

zaterdag 19 augustus 2017

Engerlands

Zomaar wat Engerlands uit NRC:

Dat neemt niet weg dat de ophef over de scheve verdeling van het geld, inkomsten van het kijk- en luistergeld dat Britten betalen, niet wil weggaan.

De Miami Dolphins haalden de 34-jarige Jay Cutler uit zijn pensioen.


Bannon zei achteraf dat hij dacht dat het gesprek off the record was. Sommigen zagen het interview echter als een uitnodiging aan Trump om hem te laten gaan.


Laat het gaan, Frank. Laat het gaan.

vrijdag 18 augustus 2017

Filosofisch probleem: als ik binnen blijf omdat Buienradar (correct) een bui voorspelt, vind ik niet dat ik me de wet laat voorschrijven door de computer, maar door mijn verlangen om niet nat te regenen.
Maar als ik nu binnen blijf omdat Buienradar een bui voorspelt die er uiteindelijk nooit komt, word ik dan geregeerd door de computer, of nog steeds gewoon door mijn eigen afkeer van nattigheid?


In moeilijke tijden zoek ik graag troost in de Litteratuur en de diepe medemenselijkheid die zij uitdraagt....


...de schoonheid en ontroering waaraan de lezer zijn hart kan laven.



(Uit Landleven van Giovanni Verga, vertaald door Anthonie Kee.)

Populaire berichten