Zoeken in deze blog

woensdag 22 november 2017

Waterproof spelling

In de Bosboom-Toussaint-straat in Amsterdam had je vroeger op de hoek tegenover café Toussaint ook nog een restaurant Bosboom, beide van dezelfde eigenaars. (Bosboom is inmiddels verdwenen.)

Die ondernemers hadden het goed begrepen: geen of-of, maar en-en. Precies wat Maurice de Hond dus níet begreep, blijkens zijn tot mislukken gedoemde (en gelukkig allang weer vergeten) voorstel om de korte ei af te schaffen. Dat is geen spellingsvereenvoudiging, dat is verschraling. Dat is net zo doodzonde als het verdwijnen van restaurant Bosboom, waar het prima eten was (is het in Toussaint nog steeds).

Wij van de Vereniging voor het Behoud van Alles zeggen: niks afschaffen. Niks of-of – en-en is de leuze. Wij houden van keuze, dat vinden we reuze. Ter illustratie citeer ik het genderneutrale hoogtepunt uit de Nederlandse literatuur van 1875 (‘is het een man? is het een vrouw? het is... Majoor Frans!’) van mevrouw-majoor Bosboom-Toussaint zelf:
‘Nu nog mooijer! Gij gaat mij vleijen,’ sprak Leopold lagchend. ‘Gij wilt eens zien, hoe ik dat opnemen zal; maar wees gerust. Tegen vleijerij heb ik een ferm waterproofje aan; ik ken mij zelf een weinig....’
Daar kan Maurice de Hondt een pundtje aan zuigchen. Spelling sjmelling!

Uit de film Majoor Frans (1916)
Oké, eigenlijk zou daar natuurlijk ook vleijereij en weijnig moeten staan. Maar niemand is perfect. Als we hier gewoon rustig op voortbouwen, is er straks níemand meer die de uitdrukking ‘in het gevleij komen’ nog verkeerd spelt.

(Overigens was Bosboom-Toussaint in meer opzichten haar tijd ver vooruit. Zo werd er door haar personages al druk gemaild en waren die zich ook bewust van het probleem van pakketgrootte:
Doch er gaat van avond een mail en het pakket is zóo groot genoeg voor eene eerste toezending. Gij zult er heel wat aan te lezen hebben.
Maar dat terzijde.)

donderdag 16 november 2017

En mijn snijbonen... zulke!

De Nederlandse Pride and Prejudice-bewerking De vier dochters Bennet van Peter Holland en Lo van Hensbergen is gebaseerd op een tv-bewerking van Cedric Wallis uit 1958, de tweede die voor de BBC werd gemaakt (de eerste dateert van 1952). Volgens IMDB is dat origineel verloren gegaan, zodat de Nederlandse versie zelfs voor de Britse tv-geschiedenis historische waarde heeft: de Nederlandse serie is namelijk wel bewaard gebleven.

Sterker nog, die staat in zijn geheel op YouTube:
Aflevering 1
Aflevering 2
Aflevering 3
Aflevering 4
Aflevering 5
Aflevering 6

De vraag is natuurlijk of zo’n oude serie nog genietbaar is. Ik heb hem helemaal bekeken en heb me niet verveeld. Nu heeft het boek ook zo’n ijzersterk verhaal dat het altijd leuk is om dat weer eens in een of andere vorm tot je te nemen. Zo’n meesterwerk als de BBC-versie uit 1995 is dit bij lange na niet; als geheel is de serie te gedateerd om nu nog een groot publiek aan te spreken. Dat ik toch geboeid was, kwam misschien vooral doordat het leuk om is te zien hoe er toen tv werd gemaakt: hoe er werd geregisseerd en geacteerd, met die toneelmatige dictie en nadrukkelijke articulatie. Leuk ook om jonge spelers als Ramses Shaffy en Joop Admiraal aan het werk te zien naast acteurs van een oudere generatie als Mien Duymaer Van Twist, die in de jaren 20 nog in stomme films had gespeeld.

Kritiek is altijd mogelijk, en Nederland zou Nederland niet zijn als die er niet kwam – al meteen in 1962. Het Vrije Volk klaagde na de laatste aflevering namelijk niet alleen over het uitzendschema, de krant had ook inhoudelijke kritiek:
In de tweede plaats heeft regisseur Peter Holland de zo langzamerhand verouderde problematiek niet weten op te vangen met de virtuoze taaltechniek, die het werk van Jane Austen ook nu nog zeer lezenswaard maakt. Bovendien werd vaak slordig met de slecht ingestudeerde teksten omgesprongen.
Als verzachtende omstandigheid kan worden aangetekend, dat de actrices en acteurs voor een weinig benijdenswaardige taak stonden. Er was aan de vaak moeilijk uit te spreken teksten weinig eer te behalen en de handeling was weinig bewegelijk.
De NCRV heeft met deze feuilleton in het hart van het zaterdagavond-programma het probleem waarmee deze omroepvereniging blijft worstelen, niet opgelost. Dat is het probleem op de zaterdagavond met een passend programma het TV-scherm te vullen.

Versprekingen

Die kritiek is niet onterecht. Wat de slecht ingestudeerde teksten betreft: het klopt dat de acteurs zich vrij vaak verspreken. Zo vaak dat ik me tijdens het kijken al afvroeg of het destijds soms te duur was om scènes over te doen, of dat het gewoon slordigheid is. Dankzij de recensent van Het Vrije Volk weet ik nu in ieder geval dat het kritische kijkers ook toen al opviel; en dat de – inderdaad vrij stijve en niet altijd even fraai vertaalde – dialogen ook destijds als ‘moeilijk uit te spreken teksten’ werden ervaren.

Hier twee voorbeelden van die versprekingen, vrij willekeurig gekozen, want zoals gezegd: het wemelt ervan. Vader en moeder Bennet in de eerste aflevering:

Na 13 seconden bloedt de zin van moeder Bennet dood, het klinkt alsof ze haar tekst kwijt is: ‘Voor een moeder met vier dochters komt een getrouwde man...’ En dan iets onverstaanbaars (‘niet im Frage’?). Let ook op haar ogen: het is alsof Duymaer van Twist naar de regisseur kijkt van: ‘Oeps. Moet het over?’ Maar Joan Remmelts gaat als Mr Bennet onverstoorbaar door – wat overigens helemaal in character is – en blijkbaar vonden ze het niet de moeite om de scène (überhaupt? of voor de zoveelste keer?) over te doen.

En hier struikelt Ramses Shaffy als Darcy in de vierde aflevering over het woord ‘gevoelstoestand’:

Je kunt argumenteren dat het bewust is, een gevolg van Darcy’s eigen bewogen ‘gevoelstoestand’, maar dat is een beetje flauw; ook dit is duidelijk een verspreking.

Droste cacao

In de volgende scène uit aflevering 3 gaat iets anders mis. Het Vrije Volk klaagde over de ‘weinig bewegelijke handeling’, maar het verhaal bestaat nu eenmaal vooral uit pratende hoofden. Er is weinig actie, dus het lijkt me voor een regisseur nog een hele toer om te voorkomen dat het beeld statisch wordt. Ik heb de indruk dat er vaak wel vakkundig met positionering en camerastandpunten is gewerkt om scènes wat dynamiek te geven. En hier heeft de regie zich helemaal uitgeleefd met een spiegeleffect – om die pratende hoofden eens heel anders in beeld te brengen:


Helaas gaat dat na 8 seconden mis doordat Mrs Gardiner (Fien Berghegge) met haar schouder tegen de spiegel duwt – en hup, ineens verschijnt de camera in beeld!


Graskalven en pretkuikens

Het is een leuke sport om die foutjes op te sporen, maar het zou onterecht zijn om alleen de gebreken te benadrukken. Het zijn betrekkelijk kleine smetten op wat toen waarschijnlijk een prestigieuze productie was. Het foutje in de spiegelscène laat ook onverlet dat die sequentie heel fraai eindigt met dit droste-effect:


Aan het drama voegt het misschien weinig toe, maar cameraman en regisseur vonden dit vast leuk om te doen. Des te spijtiger van dat foutje – dat me aanvankelijk overigens helemaal niet opviel; ik zag het pas toen ik deze scène eruit lichtte omdat hij me positief was opgevallen.

(Daarnaast heb ik van deze spiegelscène overigens het nieuwe woord ‘tripschoenen’ geleerd. Andere fijne woorden die ik van de serie heb opgedaan: groen graskalf en pretkuiken, vader Bennets benamingen voor de domme Lydia.)

Als kapstok voor jouw illusies

Een in zijn eenvoud ook best aardige regievondst: de boeken die worden dichtgeklapt; met links Ann Hasekamp als Jane en rechts Lies Franken als Elisabeth:


En wat het spel betreft: erg leuk zijn de scènes met moeder Bennet. Dat is altijd een van de dankbaarste rollen, en biedt Duymaer van Twist alle kans om te schmieren.


Ook uitstekend lijkt me de chemie tussen haar en Joan Remmelts als de sarcastische vader Bennet, die het ‘een genoegen was om als kapstok voor haar illusies te dienen’:



Wieden, spitten, zaaien, snoeien, stekken

Een hoogtepunt in meerdere opzichten is de snijbonenscène in huize Collins, met een duidelijk van zijn rol genietende Pieter Lutz. Ik was de hele moestuin van dominee Collins al vergeten. Ik neem aan dat hij ook wel voorkomt in de roman (en in de BBC-versie van 1995) – maar ik kan me nauwelijks voorstellen dat zijn snijbonen daarin ook zo dubbelzinnig worden besproken: ‘Geen forsere in heel ’t graafschap’!.



Zulke snijbonen als hij kweekt...

En geen overzicht van een Pride and Prejudice-bewerking is compleet zonder een huwelijksaanzoek. Tot besluit daarom nog het eerste aanzoek van Darcy aan Elisabeth:


woensdag 15 november 2017

Onnavolgbaar feuilleton

Ik heb de indruk dat De vier dochters Bennet, de Nederlandse tv-bewerking van Pride and Prejudice uit 1961/62, destijds een behoorlijk succes was. Zo’n serie was op de zaterdagavond per definitie van veel kijkers verzekerd, er was immers nog maar één net: kijkdichtheid 100%! En dat de vertaling van de roman in 1964 nog werd uitgebracht onder de titel De gezusters Bennet, geeft ook aan dat de serie indruk had gemaakt.

Niet dat er geen klachten waren – al was de voornaamste klacht paradoxaal genoeg juist een teken van het succes van de serie. Die betrof namelijk het ongunstige uitzendschema, waardoor kijkers steeds erg lang op de volgende aflevering moesten wachten. Naar aanleiding van de tweede aflevering schreef het Zeeuwsch Dagblad in december 1961, in een artikel getiteld ‘Onnavolgbaar feuilleton’:
De toerbeurten van de televisiesecties, die het zuilensysteem nu eenmaal met zich brengt, hebben tot nu toe het echte televisie-feuilleton, dat overal elders in de wereld tot het menu van de week behoort, bij ons onmogelijk gemaakt.
De Avro heeft een redelijk geslaagde poging gedaan met de detectiveseries van Francis Durbridge (‘Het is over’ en ‘De andere’) door ervoor te zorgen dat de reeks van zes afleveringen in ongeveer zes weken ten einde was. Om dat te bereiken werd het programmaschema aangepast.
De NCRV heeft dat ten aanzien van ‘De vier dochters Bennet’ naar de roman ‘Trots en vooroordeel’ van Jane Austen, niet gedaan hetgeen, ook naar de reacties van vele kijkers te oordelen, te betreuren valt. De zes afleveringen worden over liefst zes maanden uitgesmeerd met het onvermijdelijke gevolg dat iedere kijker de draad kwijt zal zijn.
Het is daarom te hopen dat de programmaleiding van de NCRV alsnog een middel zal weten te vinden om dit feuilleton, waarvan vanavond na bijna zes weken het tweede deel wordt uitgezonden, nu binnen een maand te beëindigen. Het lijkt ons niet moeilijk dat te realiseren want de hele serie staat kant en klaar op de band.
Die wens werd niet verhoord: de serie is uitgezonden van 6 november tot eind maart. Naar aanleiding van de laatste aflevering klaagde Het Vrije Volk op 26 maart 1962 ook weer dat
voor het volgen van deze serie van de kijkers een bijzondere vasthoudendheid [was] geëist. In de eerste plaats door de veel te lange perioden tussen de afleveringen.
Dat daarover geklaagd werd, moet ook betekenen dat de serie aansloeg: mensen vonden het een mooi verhaal en wilden verdorie weten hoe het verder ging, zonder daar steeds een paar weken op te moeten wachten!

‘Ik Bennet’

Die lange tussenpozen hadden gevolgen voor de serie zelf: van de eerste drie afleveringen weet ik het niet zeker, maar de laatste drie werden voorzien van een inleiding met een korte inhoud van het voorafgaande. Die inleidingen zijn opmerkelijk: het lijkt wel of de makers ze als een speelkwartiertje beschouwden. Ze pakken uit met steeds wisselende, grappig bedoelde stijloefeningen: rijmpjes, beeldgrappen, tenenkrommende woordspelingen, liedjes in een poppenkast en een toespraakje van een pianist. Alles op een zwaar-ironische toon die nog veel oubolliger aandoet dan de serie zelf. Het is meligheid troef, wat ze op een bepaalde manier ook weer hilarisch maakt.

Zo bevat de inleiding bij aflevering 5 deze bizarre beeldgrap, die meer aan het YouTube-tijdperk dan aan de jaren 60 doet denken:


En hier is de inleiding bij aflevering 4 in zijn geheel; de toon doet mij nog het meest denken aan die van een dorre wiskundeleraar die vergeefse pogingen doet om grappig te zijn:


En dit is de muzikale inleiding bij de slotaflevering:


Ik vraag me af of in die ironische inleidingen ook iets van omroeppolitiek doorschemert: vormen ze een stille klacht van de makers dat hun zesdelige serie over zo’n lange periode was uitgesmeerd?

Wat een geluk!

De oudere lezers zullen trouwens meteen het wijsje herkennen waarop de inleider hierboven zijn tekst zingt: ‘Wat een geluk’, het nummer waarmee Rudi Carrell een jaar eerder roemloos ten onder was gegaan op het Eurovisie Songfestival 1960.


Op Wikipedia lees ik dat Carell met dit toch heel aardige liedje een-na-laatste werd:
Hij kreeg slechts twee punten. Het festival van dat jaar werd gewonnen door Jacqueline Boyer, met het liedje Tom Pilibi.
Jacqueline Wie? Tom Wat? Wat bezielde de jury? Wie Carell al oubollig vindt, kan dit geestdodende ‘winnende’ nummer beter helemaal niet afspelen:


Maar genoeg Songfestival: terug naar Jane Austen. De filmpjes hierboven kunnen de indruk wekken dat die Nederlandse tv-serie een en al knulligheid was. Dat valt volgens mij reuze mee. De serie zelf is leuker dan die inleidingen. Morgen meer over de serie en wat ik ervan vond, geïllustreerd met enkele hoogte- en dieptepunten.

dinsdag 14 november 2017

Hoog, Darcy, kijk omhoog, Darcy!

‘De dochters Bennet zijn gelukkig aan de man’ kopte Het Vrije Volk op 26 maart 1962:
Geheel volgens verwachting zijn zaterdagavond drie van de vier dochters Bennet aan de man gekomen. En voor de vierde zag het er hoopvol uit.
De NCRV had een Nederlandse tv-bewerking van Pride and Prejudice uitgezonden onder de titel De vier dochters Bennet. (Op tv had het echtpaar Bennet één van hun vijf dochters moeten opgeven; het waren de jaren 60, ’t zal de woningnood zijn geweest...) Daar blikte Het Vrije Volk nu op terug.

Het kan bijna niet anders of deze zesdelige tv-serie is mede de aanleiding voor uitgeverij Veen geweest om eindelijk een nieuwe Nederlandse vertaling van de roman te laten maken. Die werd in september 1964 in De Tijd/De Maasbode besproken door W. Bronzwaer – overigens zonder enige verwijzing naar de eerdere, Belgische vertaling van Frans Verachtert, die in Nederland weinig sporen lijkt te hebben nagelaten. Ook Bronzwaer constateerde meteen – ietwat schamper – een verband met de tv-versie:
Na ‘Emma’ is nu ook Jane Austens eerste voltooide roman ‘Pride and Prejudice’ (de tweede in volgorde van publicatie) in een heel leesbare vertaling verschenen als Amstel Boek. In het Nederlands heet het boek ‘De gezusters Bennet’; de oorspronkelijke titel van deze vertaling, ‘Trots en Vooroordeel’, is tot ondertitel gedegradeerd. (Ik vermoed althans dat het zo zit. Ook nu weer is de uitgever van deze overigens verdienstelijke serie niet van zijn hinderlijke gewoonte afgeweken om zorgvuldig alle bibliografische gegevens, tot en met het jaar van uitgave, te verzwijgen). Hoe het met de vertaling precies zit, weten we dus niet, maar in ieder geval wekt de titel zoals hij nu luidt herinneringen op aan een televisiebewerking van de roman onder deze naam. Zo gaat dat tegenwoordig. De literatuur bestaat bij de gratie van de televisie. 
De volgens Bronzwaer dus ‘heel leesbare’ vertaling van Van Praag-Van Praag werd ook elders enthousiast aangekondigd (o.a. in de Friese Koerier) en werd zelfs in 1980, bij het verschijnen van weer een nieuwe vertaling, nog steeds geprezen: toen noemde Froukje Hofstra in Nieuws van het Noorden de vertaling uit 1964 ‘minder ouderwets’ dan de nieuwe van Dorsman-Vos – al achtte ze ‘beiden minder dan het origineel’.

Wat De vier dochters Bennet betreft: dat is een interessante tv-serie waarover ook nog wel meer te vertellen valt. Zoals alleen al het feit dat Mr Darcy gespeeld werd door… Ramses Shaffy.

Bron: Beeld en geluid-archief.

Stak hij Laurence Olivier naar de kroon? Morgen meer over de serie. Hier alvast één voorproefje: de beroemde beginzin van de roman, zoals die in de dialoog van de serie is verwerkt. We zien Joan Remmelts als vader en Mien Duymaer Van Twist als moeder Bennet.


maandag 13 november 2017

Cherchez le film

Als een literaire roman, en zeker een oude klassieker, ineens grote populariteit geniet bij een breed publiek, is het vaak een kwestie van cherchez le film. Jane Austens werk had in het Engels taalgebied geen verfilmingen nodig om klassiek te worden, maar de succesvolle film- en tv-versies van midden jaren 90 hebben haar bredere populariteit bepaald geen kwaad gedaan. Het lijkt in ieder geval overduidelijk dat zeker het succes van de prachtige BBC-versie van Pride and Prejudice uit 1995 heeft geleid tot nieuwe vertalingen, én tot andere Austen-verfilmingen en variaties daarop (Bridget Jones!), die op hun beurt ook weer aanleiding vormden voor nieuwe boekuitgaven en vertalingen. Op dezelfde wijze hebben op het werk van Henry James gebaseerde films Nederlandse uitgevers soms net het duwtje gegeven dat ze nodig hadden om ook eens gek te doen en zomaar een roman van hem in vertaling uit te brengen – zoals Washington Square (1997) en vooral Portrait of a Lady (1996), waarvan ten tijde van Jane Campions film gelijktijdig twee vertalingen verschenen (hier besproken in Filter door Peter de Voogd). En zo zijn er nog veel meer voorbeelden te bedenken.

Nu heb ik zo’n vermoeden dat de Austen-hausse van de jaren 90 al de tweede en misschien zelfs derde keer was dat een film- of tv-versie van haar werk de aanzet gaf tot Nederlandse vertalingen van haar werk. In het eerste geval is dat een gok die slechts wordt ingegeven door de samenloop van omstandigheden; in het tweede zijn er sterkere aanwijzingen.

Tweestrijd der gevoelens

Het eerste geval betreft de eerste Nederlandse vertaling van Pride and Prejudice uit 1946, door Frans Verachtert. Voor wie achter elke bestseller een succesvolle film vermoedt, is het immers wel héél toevallig dat deze vertaling juist verscheen in het jaar nadat Nederlandse bioscoopbezoekers voor het eerst hadden kennisgemaakt met de befaamde Amerikaanse verfilming van dit boek, met Greer Garson en Laurence Olivier in de hoofdrol:


‘When pretty girls t-e-a-s-e-d men into marriage!’

Die film dateert uit 1940 en het Nederlandse publiek was er dan ook al vijf jaar eerder lekker voor gemaakt. Maar helaas, er kwam een oorlog tussen, zodat hij – onder de titel Tweestrijd der gevoelens – pas in 1945 in Nederland kon worden vertoond.

De film is niet op YouTube te vinden, maar de trailer wel – en die maakt mij best benieuwd:


Dat Austen inmiddels haar vaste plek in de Engelstalige canon had verworven, blijkt wel uit die ronkende (maar niet onterechte) aankondigingstekst ‘one of the most famous novels ever written’.

En voor wie het zich afvraagt: dat Greer Garson hier ‘the lovable Mrs Chips’ wordt genoemd, is niet omdat ze zo van patat hield, maar omdat het publiek haar vooral kende van Goodbye, Mr Chips (1939), de verfilming van een roman van James Hilton. Die film ken ik niet, maar was naar de beschrijvingen te oordelen nogal een tranentrekker.

Het eerste ‘vrije’ programma

Volgens een bespreking in De Waarheid was Tweestrijd der gevoelens een film die ‘geen probleem van de afgelopen oorlog’ behandelt en ‘geen vragen over de komende tijd’ stelt, ‘doch niets anders [is] dan de bewerking van de klassieke Engelse roman Pride and Prejudice’:
voor wie zich los kan maken van de vraagstukken die ons thans bezig houden, betekent deze film anderhalf uur amusement.
Dat klinkt wat laatdunkend, maar wat zou het dat dit geen pamflet voor de socialistische heilstaat was? Je kunt je voorstellen dat mensen na de oorlog ook wel behoefte hadden aan wat escapisme. Interessanter is het begin van het artikel:
Zij die al om half zeven voor Roxy in de rij hebben gestaan, hoefden daar geen spijt van te hebben: het eerste ‘vrije’ programma is uitstekend.
Het was dus een van de allereerste films die na de bevrijding in de Nederlandse bioscopen werden vertoond – en men stond er blijkbaar voor in de rij. Het voert vast te ver om daaruit af te leiden dat de film bij een groot deel van het publiek onbewust met de bevrijding werd geassocieerd, en dat dit nog enige tijd heeft nagewerkt en bijgedragen aan de positieve naoorlogse ontvangst van Austens werk. Maar schadelijk voor haar reputatie kan het ook niet zijn geweest; de film moet haast wel een flinke zwengel hebben gegeven aan haar Nederlandse populariteit, die in 1950 volgens De Telegraaf ‘opmerkelijk was opgelaaid’.

Ik heb overigens geen aanwijzingen dat Verachterts Trots en vooroordeel ook echt een bestseller is geworden. Zijn vertaling heeft in de in Delpher beschikbare kranten weinig sporen nagelaten in de vorm van recensies of andere verwijzingen, en ik weet niet of en hoe vaak hij is herdrukt. Wel heeft het achttien jaar geduurd voordat er een andere vertaling van Pride and Prejudice verscheen (waarmee dat trouwens de eerste roman van Austen was die een tweede keer in het Nederlands is vertaald). Ook die nieuwe vertaling uit 1964 lijkt te zijn ingegeven door het succes van een verfilming. Maar daarover morgen meer.

’t Is een wonderlijke wereld

Draait deze film hier vanavond nog ergens?

Algemeen Handelsblad, 11-11-1939
Ik wil erheen!

zondag 12 november 2017

I woud NEVER say he likes golden showers

Net toen ik vanochtend de radio wilde uitzetten, werd er een pianosonate van Beethoven gespeeld, en wel op zo’n spitse, scherpe, frisse manier dat ik hem nog even aan liet staan tot ik in de afkondiging kon horen wie de pianist was. Een uitvoering zo sprankelend als champagne, zou ik bijna zeggen, maar dat is wel een heel flauw grapje, want het bleek Eric Heidsieck te zijn – wiens opname van alle Beethoven-sonates ik al kende (maar nu dus niet herkende) als een van de meest interessante en karakteristieke die ik thuis heb staan.

Maar... de Britse presentator verhaspelde de klinkers en sprak zijn naam uit als Eric Hiedseick – en dat klinkt, zeker in Nederlandse oren , toch weer een stuk minder sprankelend. Bruisend misschien wel, of klaterend... iets waar Trump graag naar luistert op een Russisch hotelbed...


Snel vergeten maar weer. Om het hoofd leeg te spoelen hier wat muziek. Van Heidsiecks studio-opnamen van Beethoven is op YouTube en zelfs op Spotify bijna niets te vinden, maar online staat wel dit mooie live-recital:

En de sonate die vanochtend op de radio te horen was, is hier ook nog een tijdje te beluisteren.

En zie ik in deze oude Heidsieck-reclame nou een buste van Beethoven?
Nee, dat zal papa Heidsieck wel zijn.

Populaire berichten